Geen morgen zonder koffie

donderdag 14 mei 2009

Bookmark and Share
De Peruaanse koffieboeren hebben hoop gekregen doordat vergaande afspraken over herstel van de koffiesector serieus gestalte hebben gekregen. Vooral de kleine boeren zullen van de nieuwe afspraken profiteren en dat is de verdienste van een sterke lobby met Nederlandse ondersteuning.

Begin april 2009 was het dan zover. De voorzitter van de Peruaanse ministerraad en de Minister van Landbouw gaven hun woord om een plan van herstel voor de koffiesector in gang te zetten. Een doorbraak want de overheid investeerde tot op heden weinig in koffie. Dit terwijl Peru de op vijf na grootste koffieproducent ter wereld is en deze sector een bestaan biedt aan zo’n 160.000 families.

Plan
Met de toezeggingen van de regering is het gelukt om koffie in het nationale beleid op te nemen. Het plan, opgesteld door de overkoepelende bond van koffiecoöperaties Junta Nacional del Café (JNC), behelst een aantal punten. Er wordt 6 miljoen dollar vrij gemaakt voor de vervanging van 100.000 hectare oude en onproductieve koffieplantages. Daarnaast wordt de regelgeving geëvalueerd en herzien om kleine boeren meer kansen te geven hun koffie te vermarkten. Een derde stap is het formaliseren van eigendomsrechten van land, percelen waar de boeren en boerinnen generatie op generatie hun koffie verbouwen. Met officiële eigendomspapieren op zak kunnen kleine boeren met hun land als onderpand leningen aanvragen waardoor noodzakelijke investeringen kunnen worden gedaan.

Nederlandse steun
Zoals het vaak gaat in de politiek is lobbyen een noodzaak. De JNC had een sterke lobby nodig om het plan onder de aandacht te brengen van de regering. Binnen de organisatie was deze expertise echter onvoldoende aanwezig. Een gemis dat samen met de Nederlands ontwikkelingsorganisatie Agriterra werd aangepakt. “We zijn een organisatie die samenwerkende boeren in ontwikkelingslanden ondersteunt, vertelt Cees van Rij van Agriterra. “We werken al 8 jaar met de JNC en in die tijd hebben we geholpen de organisatie te versterken. We hebben geld beschikbaar gesteld, verspreid over de jaren zo’n € 150.000, onder andere om de nodige deskundigheid in te huren en ook om nieuwe bestuursleden te trainen. Dat is ook de essentie van ons werk: Agriterra geeft middelen om mensen samen te brengen.” Met de steun van Agriterra is de bond erin geslaagd de koffiesector en het belang voor de economie op de kaart te zetten op nationaal niveau. Van Rij: “verhoudingsgewijs is het bedrag dat we hebben besteed niet groot. Als we nu zien hoe goed het plan door de Peruaanse regering is opgepakt, is de impact wel groot geweest.”

Problemen hoorbaar maken
Het werk moet echter nog beginnen en in Peru kijken de koffieboeren vooruit. Binnen de koffiesector wil men zich naast de meer gespecialiseerde markten als Fairtrade en biologisch ook nadrukkelijker gaan richten op de binnenlandse markt. Een strategie gericht op het spreiden van risico’s die de nodige investeringen vraagt. Om dit soort besluiten te bewerkstelligen is er veel input vanuit het veld gewenst, vertelt Van Rij. “We willen ervoor zorgen dat de basis wordt betrokken bij het beleid.” Met het organiseren van bijeenkomsten in de regio’s worden de problemen van de boeren hoorbaar gemaakt en doorgegeven aan het bestuur van de JNC. Deze aanpak heeft nog een positief gevolg, legt Van Rij uit. “Het biedt meerwaarde aan de leden en zij zien dat hun problemen worden vertaald naar concrete oplossingen zoals het plan dat de JNC bij de regering indiende. Uiteindelijk willen de leden dan ook meer bijdragen aan hun organisatie waardoor de beweging meer kracht krijgt en betere diensten kan leveren. Het is het doorbreken van de cirkel.”

Arno de Snoo
Agriterra nieuwsredactie

Source: Agriterra

Nieuwslijst