Sophie's boerderij
dinsdag 10 augustus 2010
Door de onveilige situatie die de afgelopen tien jaar heerste in de regio Zuid Kivu in Congo is de ontwikkeling in de land- en tuinbouw gestagneerd. Nu er op veel plaatsen weer in vrede geleefd en gewerkt kan worden, is het de hoogste tijd om de land- en tuinbouw sector te versterken. Hier levert de Union Paysanne pour le Développement Intégral (UPDI) een bijdrage aan. UPDI is een boerenorganisatie die opkomt voor de belangen van de boeren in Zuid Kivu, onder andere door te strijden tegen schendingen van de rechten van boeren, door plattelanders te informeren over hun rechten en plichten en door hen te helpen bij allerhande problemen. Tien jaar burgeroorlogen en onveiligheid hebben voor boeren en boerinnen grote gevolgen gehad. De slechte teeltvoorzieningen en matig georganiseerde afzet maken de boeren moedeloos. Niet alleen de boerenorganisatie UPDI, maar ook de basisgroepen en de unies die onderdeel uitmaken van UPDI, zijn gestagneerd in hun ontwikkeling en proberen nu de draad weer op te pakken. Zo is de UPDI bezig krediet te verkrijgen om magazijnen op te zetten waar leden hun voorraad kunnen bewaren en om teeltbenodigdheden in te kopen en ze stimuleert het opzetten van ketens.
In Zuid Kivu ligt veel mooie vruchtbare grond. In de laagvlaktes kan het hele jaar door worden geteeld. Aardappelen lenen zich goed om intensief te worden geteeld en er is een redelijke vraag naar vanuit de markt. Aardappelen kunnen prima in ketenverband worden geteeld, UPDI wil hier de boeren mee helpen. Als dit goed opgezet wordt, kan deze keten in de toekomst dienen als voorbeeld voor andere agrarische ketens.
De aardappelboeren gebruiken alleen dierlijke mest gemengd met as, maar verder nauwelijks kunstmest. Bert Sandee, aardappelboer uit Nederland, adviseerde tijdens een werkbezoek aan UPDI om voor het planten 5 kg mengmest per are te strooien en tijdens het groeiseizoen, bijvoorbeeld één maand na opkomst, zo nodig nog wat ureum bij te strooien. Ook raadde hij aan op het gebied van ziektebestrijding proactiever te werk te gaan. Als de boeren al tegen ziekten spuiten, dan beginnen ze pas als er aardappelziekte (phytophtora) in het blad wordt waargenomen. Sandee adviseerde dat je, zeker in de regentijd, preventief moet spuiten, te beginnen als de aardappelen in de rij elkaar raken.
Een van de boeren die de adviezen (die verspreid worden via UPDI) ter harte heeft genomen, is Sophie uit Zuid-Kivu. Van haar laatste spaarcenten kocht ze 25kg echte, geselecteerde pootaardappelen van het ras Mabondo (een ras dat tegen veel ziekten resistent is). Nadat ze een gewas bonen had geoogst werd de grond diep losgemaakt. Op de rijen waar ze aardappelen ging poten, mengde ze flink wat mest door de grond. Gelijk met het poten gaf ze nog een beetje mengmest (17-17-17 om precies te zijn). Ongeveer een maand na opkomst strooide ze op de rijen aardappelen nog wat ureum. Van haar buurman mocht ze een rugspuit lenen. Deze gebruikte tegen aardappelziekte, ze spoot ze vier keer met Dithane M 45 en op het eind van de teelt nog twee keer met Ridomil.
Haar oogst was ruim 300kg consumptieaardappelen. De helft gebruikte ze voor haar eigen gezin, de andere helft verkocht ze voor een goede prijs op de markt. Met dit geld kocht ze vervolgens uienzaad van goede kwaliteit. Zowel het uienplantbed als later het uienperceel verzorgde ze goed en haar uiteindelijke uienoogst was zowel van kwaliteit als kwantiteit erg goed. Haar uien vonden gretig aftrek op de markt en leverden zoveel op, dat ze met de opbrengst een geit kon aanschaffen. Nu had Sophie niet alleen goede aardappelen en uien voor haar eigen en voor de verkoop, maar kon ze met haar geit ook melk produceren. Ze hoopt in de toekomst meer geiten te kunnen kopen en zo haar activiteiten verder uit te breiden. Die kans zit er zeker in, rekening houdend met hoe Sophie haar boerenbedrijf runt.
