Voeding en bemesting belangrijke aandachtspunten

11-08-2016

Op verzoek van bedrijfsadviseur Richard van der Maden, vertrokken melkveehouders Evert Jan Wijers, Sjoerd Miedema en Minne Holtrop in april naar Indonesië voor een training in het kader van het Farmer2Farmer-programma van Agriterra en FrieslandCampina. Dit is een programma waarbij Nederlandse boeren lokale melkveehouderijbedrijven in ontwikkelingslanden bezoeken om adviezen te geven. Minne Holtrop schreef een verslag.

De adviesreis heeft naast kennisoverdracht van boeren op boeren ook een publiciteitswaarde voor het merk Frisian Flag, dat FrieslandCampina in Indonesië voert. Daarom beginnen we met een bezoek aan het ministerie van Landbouw, en aan de Nederlandse ambassade. Hierna vertrekken we ieder naar onze eigen bestemming; Sjoerd naar Grati Masurian op Oost Java, Evert Jan naar Lembang in het noorden van West Java, en Minne naar Pangalengan in het zuiden van West Java. De verschillen in klimaat zijn groot: Oost Java heeft vooral te maken met hitte, in Pangalengan is het door de hoge ligging een aangenaam klimaat met wel veel regen, Lembang zit daar tussenin.

Wat vooral opvalt op Java is de bevolkingsdichtheid. Overal zijn mensen en bijna overal, waar het kan, staan huizen. Het verkeer wordt gedomineerd door heel veel motorfietsen, brommers en auto’s die bij een stoplicht allemaal op “poll position” proberen te komen. Door het vele verkeer, en de matige wegen, kun je niet even snel van A naar B. Bandung - Pangalengan, 48 km rijden duurt minimaal 2 uur, maar als het erg druk en nat is, kan het tot 4 uur oplopen. Openbaar vervoer is schaars en slecht georganiseerd. Voor het verkeer lijken in Indonesië geen regels, maar wel gewoonten te bestaan. Om toch enigszins het verkeer te begeleiden werpen zich overal verkeersleiders op. Mensen van de straat met een fluitje, die voor een fooi ervoor zorgen dat je uit je parkeerhaven komt, of kunt invoegen als je uit het hotel komt. “Buy a whistle and you have a job”.

De melkveehouderijen in Pangalengan bevinden zich vaak achter de huizen in woonwijken in een schuurtje. De grootte van de bedrijven varieert van 2 tot 8 koeien, met enkele hele grote van 14 koeien. De beperkende factor is het gebrek aan arbeid en land. Al het ruwvoer moet met een sikkel gemaaid worden, en dan naar de stallen gedragen. Grotere boeren hebben een motorfiets, en nog grotere hebben daar een kar achter. Krachtvoer wordt geleverd door dezelfde coöperatie die ook de melk afneemt, en voor een deel verwerkt.

De opzet van de training was intensiever dan bij de vorige adviesopdrachten. Drie dagen focus op één groep: dag 1 inventariseren op alle deelnemende bedrijven en op dag 2 en 3 training van theorie en praktijk.  We hebben per trainer vier   groepen getraind.

Voeding is het belangrijkste aandachtspunt, vooral  omdat veel ziekten voortkomen uit een inefficiënte voeding. Door de gemakkelijke beschikbaarheid van krachtvoer en het vele werk dat gedaan moet worden voor het oogsten van gras, is de verhouding ruwvoer/krachtvoer in het rantsoen vaak zoek.

Bemesten met eigen mest is veelal niet aan de orde. De reden is de zeer kleine kavel die gebruikt kan worden, en het vele werk dat er mee gepaard gaat. De bodem is erg vruchtbaar, en de bemesting wordt nog niet gemist, maar de rivieren en beekjes zijn er wel bruin van. Daarom hebben we dit onderwerp tijdens de eindpresentatie in Jakarta extra aandacht gegeven. Tijdens een volgende opdracht hopen we voort te borduren op de opgedane kennis.

Minne Holtrop


Share this article:
Lokaal
Gefocust
Verbonden
Kwaliteit

Adres

Willemsplein 42
6811 KD Arnhem
The Netherlands

+31 (0)26 44 55 445
agriterra@agriterra.org